Laatste nieuws

Culturele verrijking van de publieke ruimte van Rotterdam, een voorbeeld

Hieronder is een overdruk van een artikel dat geschreven was naar aanleiding van een studiedag over migratie, georganiseerd door de Evangelische Zendingsalliantie. Deze vele immigranten hebben Rotterdam zeer verkleurd, en dat is juist niet negatief. Ze hebben de cultuur overtuigend en aantoonbaar verrijkt ! Vele immigranten hebben hun eigen kerken gesticht of hun eigen moskee.
Vanuit die kerken en moskeeën gebeuren talloze sociale initiatieven. Zie daarvoor o.a. het Rapport ‘Tel je Zegeningen’. Deze migranten zijn zo actief, dat dankzij hun inspanningen onder hun volks/stamgenoten zij de stad jaarlijks tientallen miljoenen besparen…

Migratie naar Rotterdam, unieke kansen

Door Leen La Rivière en Madelon Grant

Rotterdam is een fascinerende stad. Het gaat steeds meer op het visioen van Jesaja (of het visioen van Johannes op Patmos, hfst.21) lijken, waar alle volkeren samenstromen om de Heer te dienen. Rotterdam heeft nu al 172 nationaliteiten en circa 50% van de inwoners is van buitenlandse afkomst…

In het kort de geschiedenis

Als havenstad kwamen er al eeuwenlang migranten naar de stad.[1] De eerste migrantenkerken[2] dateren van de 16de en 17de eeuw: de Eglise Wallonne (de voorvader van Leen La Rivière die hals over kop uit Frankrijk moest vluchten om zijn leven te redden was lid van deze gemeente) en de Scots International Church Rotterdam. Deze kerken zijn er nog steeds. Rond 1870 ging de stad snel groeien: door de enorme expansie van de havens en de industrie waren tienduizenden nieuwe arbeiders nodig. Deze kwamen uit de boerenbedrijven in met name Zeeland en Brabant. Versneld werd Rotterdam-Zuid gebouwd. Tot circa 1960 waren de ‘echte Rotterdammers’ diegenen, die aan de noordkant van de rivier woonden; op zuid woonden ‘boeren’, zo vonden vele ‘echte’ Rotterdammers…
Na 1960 ging het plaatje veranderen. De hele stad telde toen ca. 730.000 inwoners. Langzaam begon de blanke middenklasse naar de voorsteden te vertrekken. Ongeveer 150.000 goed verdienende blanke autochtonen vestigden zich in de blanke ‘banlieus’: Capelle, Krimpen, Pijnacker, Ridderkerk, Berkel en Rodenrijs, Hellevoetsluis, enz. Plaatsen die explosief groeiden. Rotterdam echter verarmde. De industrie begon aan een nieuwe expansiegolf en dat bracht een behoefte aan nieuwe arbeiders met zich mee. Deze ‘gastarbeiders’ kwamen in opeenvolgende golven: Italianen, Spanjaarden, Grieken en andere Europeanen. Over het algemeen gingen deze mensen na verloop van tijd weer terug naar hun land van herkomst. Iets later kwamen Turken, Marokkanen, en Kaapverdianen, waarvan men aannam dat zij ook terug zouden gaan, maar dat gebeurde niet. Gezinshereniging kwam tot stand. Huisvesting was beroerd: soms woonden er 40 man in een gewoon huisje. Dergelijke situaties leidden tot sociale spanningen in de soms overbevolkte arbeiderswijken. Vanuit de pensions en overbevolkte kamers verspreidden deze nieuwkomers zich over de stad. Men vestigde zich uiteraard in de wijken met de goedkoopste huurhuizen. Dit leidde tot gettovorming en overlast. Het gemeentebestuur greep in en kwam tot een spreidingsbeleid.
Naast arbeidsmigranten kwamen er ook andere golven, zoals Surinamers en Antillianen. Rotterdam telde op 1 januari 2012 617.347 inwoners.[3] Er zijn wijken met 80% allochtonen. Rotterdam is de stad met de jongste bevolking van heel Nederland, ook met het grootste aantal jongeren. De veiligheid is de laatste jaren sterk verbeterd.[4]

Andere cijfers

Het COS (Centrum voor Onderzoek en Statistiek van de Gemeente Rotterdam) publiceert regelmatig over de bevolkingsopbouw van Rotterdam. Men werkte ook mee aan het rapport Tel Je Zegeningen.[5] Dit onderzoek werd uitgevoerd door KASKI/Universiteit van Nijmegen, in opdracht van de Gemeente Rotterdam (naar aanleiding van een motie van CDA en Christen Unie/SGP) om op tafel te krijgen wat de maatschappelijke bijdrage van christelijke gemeenschappen in Rotterdam was.
Wat waren de uitkomsten? Het bleek dat de kerken ca. 204.000 leden hebben (de stad is nog nooit zo christelijk geweest), waarvan er zo’n 50.000 regelmatig een kerkdienst bijwonen. Rekening houdend met die groepen die inmiddels in de statistieken als autochtoon worden gerekend maar kerkelijk vaak hun eigen gemeentes hebben, zoals Surinamers en Antillianen, zijn er zo’n 100.000 migrantenchristenen.[6] De meeste ‘nieuwe Rotterdammers’ zijn dus christen, er zijn in Rotterdam ca. 80.000 moslims.[7] Uit het rapport bleek ook dat naast de bekende blanke kerken (PKN, RKK en een paar evangelische gemeenten) er bijna 200 internationale/migrantenkerken bestaan, vaak georganiseerd via etnische lijnen of taalgroepen. Deze groep kerken is zeer gevarieerd in afkomst, grootte en denominaties: er zijn grote (ca. 1.000 leden) en kleine (15 man) kerken, in tientallen talen, en van Anglicaans, Luthers en Methodisten tot Zevende Dags Adventisten, Evangelische en Pinkstergemeentes maar ook Orthodoxe en Katholieke migrantenparochies. Inmiddels ontstaan bovendien in toenemende mate multiculturele kerken, met name bij de tweede generatie migranten. Waar het voor de eerste generatie prettig is om in haar eigen taal en cultuur te communiceren, zie je dat de tweede generatie gewend is om zich te bewegen in een samenleving waar allerlei culturen door elkaar lopen en samenkomen.
Een vraag die gesteld kan worden, is of al deze kerken zijn ontstaan vanuit een missionaire bevlogenheid. Vaak is dat niet het geval: de kerken zijn ontstaan vanuit een natuurlijke behoefte van nieuwe Rotterdammers om samen hun geloof te belijden en in praktijk te brengen, en de roeping van een aantal voortrekkers om de behoefte en noden van hun gemeenschap te dienen. Zo zijn er tientallen gelovigen gewoon begonnen, met als resultaat een enorm aantal nieuwe kerken. In meerdere gevallen echter zijn kerken wel degelijk ontstaan door zending vanuit het buitenland: er zijn gevallen bekend van voorgangers die uit Afrika, Latijns-Amerika of Europa worden uitgezonden om (vaak zonder enige materiële steun van de moederkerk) in Nederland het goede nieuws van Gods woord te verspreiden. Deze kerken reiken vaak ook uit naar de bredere bevolking om hen heen, omdat ze hun boodschap aan ons land willen verkondigen en zo vernieuwing en opleving willen brengen, zaaien in droge grond. De andere motivatie van deze leiders leidt soms dus tot een andere aanpak, hoewel er allerlei mengvormen voorkomen.
Veel internationale/migrantenkerken hebben een groot bereik: sommigen zijn de enige kerk voor een bepaalde groep in heel Nederland; anderen hebben regionaal bereik en hebben dan vaak zustergemeentes in andere steden in Nederland; weer andere kerken zijn echt gericht op een bepaalde wijk of eenlingen, zelfstandige kerken. De meeste kerken hebben echter een internationaal netwerk van zustergemeentes in heel Europa of in de hele wereld. Dit netwerk biedt hen bijvoorbeeld toerustingsbijeenkomsten maar ook inspiratie & uitwisseling. Hierin zijn twee bewegingen te zien: sommige kerken beginnen in Nederland (of Europa) en breiden zich geleidelijk uit door kerkplanting; andere kerken komen van buiten Europa en laten een tak van hun netwerk in Rotterdam (en/of elders in Europa) wortel schieten.
Deze internationale/migrantenkerken, of wellicht is geloofsgemeenschappen een beter woord, zien de kerk niet als een plek om op zondag even voor anderhalf uur bij elkaar te komen. Er zijn vele gemeenschapscontacten de hele week door, waarbij lief en leed worden gedeeld. Op vele wijzen wordt er hulp geboden aan gemeenteleden. De betrokkenheid is enorm en deze gemeenschappen groeien. Het rapport ‘Tel je zegeningen’ constateert dan ook dat al deze sociale activiteiten de Rotterdamse overheid 55 à 66 miljoen euro per jaar besparen (de traditionele autochtone kerken dragen nog eens hetzelfde bij, wat het totale maatschappelijke rendement van alle kerken in Rotterdam op 120 à 130 miljoen euro per jaar brengt). De publicatie van dit rapport, een jaar nadat Rev. R. Calvert vanuit SKIN-Rotterdam in 2007 een Gids van Migrantenkerken had gepubliceerd, maakte de Rotterdamse politiek wakker. Zo werd mede mogelijk gemaakt dat het werk van het toen nog jonge SKIN-Rotterdam verder van de grond kwam (zie www.skinrotterdam.nl).

En nu

Deze koepelorganisatie SKIN-Rotterdam, met inmiddels 43 aangesloten kerken, organiseert trainingen, cursussen maar ook individuele begeleiding, om de voorgangers en leiders van de internationale kerken verder te helpen. Een directeur is aangesteld om alles in goede banen te leiden. Er kwamen goede contacten met de PKN. Hier wordt nu gewerkt aan de mogelijkheid dat leegkomende kerkgebouwen ter beschikking komen van migrantengemeenten. En dat liefst binnen de kerkorde van de PKN, want dat voorkomt de noodzaak van aankoop, wat voor veel migrantengemeenten onbetaalbaar is.
Daarnaast ontstond er contact met verschillende partijen in het maatschappelijk middenveld: bijvoorbeeld met KSA/GCW (het kerkelijke sociale werk), zodat grote sociale problemen via bestaande gesubsidieerde structuren geholpen kunnen worden. Er kwamen contacten tussen nieuwe kerken en de voedselbank (veel migrantengemeenten zijn nu verdeelpunt). Er kwamen contacten met de politiek, die zich inmiddels terdege beseft dat al die migrantenkerken de ‘stofzuigers’ zijn van de samenleving. Hier is men veel beter in staat probleemgevallen aan te pakken en op te lossen dan de overheid of officiële instanties. De wethouder komt dan ook regelmatig naar activiteiten van SKIN-Rotterdam of op werkbezoek bij een migrantenkerk.
Maar gelukkig hoeft SKIN-Rotterdam niet alles te organiseren: ook sommige traditionele kerken openen hun deuren. Verschillende PKN kerken geven ruimte aan een migrantenkerk op zondagmiddag of doordeweeks. Ook vinden sommige migrantenkerken bij autochtone evangelische en pinkstergemeentes een plek, en het Bisdom Rotterdam biedt een thuis aan katholieke migrantenparochies.
De tradities en de vorm van kerkdienst beleven liggen vaak (te) ver uit elkaar. De kans dat migranten gelovigen zich bijvoorbeeld thuis zullen voelen in een gewone PKN liturgie is vrijwel nihil. Maar er is over en weer begrip en respect gegroeid. De PKN Rotterdam organiseert ieder jaar een dag voor hun predikanten. Die ontmoeting vindt in principe ieder jaar in een andere migrantenkerk plaats, zodat de PKN-predikanten kennis kunnen nemen van een fascinerende andere geloofswereld. In het Voorgangers Overleg Rotterdam ontmoeten autochtone evangelische en pinkstervoorgangers en hun collega’s van buitenlandse afkomst elkaar. Binnen de RKK zijn een paar parochies in zijn geheel geëvolueerd: er is een Spaanstalige, een Portugese, een Poolse en een Kroatische parochie en daarnaast nog een aantal kleinere geloofsgemeenschappen (Engels-Afrikaans, Filipijns, etc.). Zo zijn er meerdere plekken waar ontmoetingen plaatsvinden. In een aantal wijken hebben lokale kerken zelf het initiatief genomen om elkaar in de wijk op te zoeken, dwars over de grenzen heen.
De migrantengemeenschappen zijn een verrijking voor de stad en voor het lichaam van Christus in Nederland. Met elkaar laten al die bonte verscheidenheid van gelovigen zien hoe mooi het Koninkrijk van God is.

Auteursgegevens:

Leen La Rivière. Directeur Continental Art Centre in Rotterdam, huis van de www.continentals.nl, www.cnvkunstenbond.nl, www.school-of-rock.nl, www.christianartists.org.
Madelon Grant, artikel op persoonlijke titel geschreven. Mw. Grant is werkzaam als directeur bij SKIN-Rotterdam.


1 Zie ook Paul van de Laar e.a.: Vier eeuwen migratie: bestemming Rotterdam (1998).

2 De term ‘migrantenkerk’ is zeer ontoereikend, maar wordt in dit artikel gebruikt als containerbegrip om die kerken aan te duiden wier gemeenteleden overwegend wortels in het buitenland hebben. Er bestaan echter allerlei mengvormen en de discussie wanneer men geen migrant meer is maar Nederlander/Rotterdammer ligt zeer gevoelig. Menig Surinamer (of Antilliaan, of… etc.) woont al langer in Rotterdam dan de gemiddelde blanke autochtone Rotterdammer.

3 Bron: COS Rotterdam, www.cos.rotterdam.nl, Bevolkingsmonitor 2011.

4 De criminaliteit wordt veroorzaakt door: no.1 Antillianen, no.2 Marokkanen, no.3 Surinamers, no.4 Turken, no.5 Kaapverdianen. Bron: COS Rotterdam, www.cos.rotterdam.nl, rapport Antilliaanse en Marokkaanse Rotterdammers, cijfers uit 2009.”

5 Tel Je Zegeningen: het maatschappelijk rendement van christelijke kerken in Rotterdam en hun bijdrage aan sociale cohesie. NIM/KASKI, Nijmegen (2008). Het rapport noemt ook de talloze culturele activiteiten die deze migrantenkerken organiseren.

6 De cijfers zijn afhankelijk van hoe je bepaalde groepen classificeert. Het onderscheid autochtoon/allochtoon of migrant dekken niet de geleefde realiteit: groepen als Surinamers en Antillianen maar ook mensen van Indonesische afkomst zijn in de statistieken autochtoon maar hebben vaak wel hun eigen kerken, hoewel er steeds meer mengvormen ontstaan. Deze kerken zien zichzelf noch als migrantenkerk, noch als autochtone kerk - SKIN-Rotterdam gebruikt de term internationale kerken omdat dat voor iedereen ruimte biedt, ongeacht herkomst.

7 Bron: Spior, koepelorganisatie moslim organisaties Rotterdam. Let op, er is ook een Islamrapport, dat tot gelijke conclusies komt over de moskeeën, als Tel je Zegeningen t.a.v. de migrantenkerken.