Wie denkt dat psalmen alleen te lezen of te zingen zijn moet christenkunstenaar Henk Pietersma in Leeuwarden eens opzoeken. Hij schilderde in de afgelopen vijf tot zes jaar alle 150 psalmen. ‘Schilderen is een merkwaardig avontuur’, zo laat Pietersma zich aan het begin van het interview ontvallen’. Dat moet ook wel als je al die psalmen van klacht, lof, wraak, boete, troost en dank in de verf zet.

Schilderen in uiterste ontvankelijkheid

Door Herman Takken en Freddy Gerkema

Prachtige ambiance natuurlijk, zo’n atelier in het hart van het oude Leeuwarden.
Het oude pand is als school in gebruik geweest en al een paar decennia maakt een aantal kunstenaars gebruik van de ruimten met hun hoge plafonds. Zo zitten we te praten, omringd door tientallen schilderijen.
Henk Pietersma voelt zich er helemaal thuis en wij ook.

In dienst

Al die kunstwerken roepen natuurlijk direct de vraag op, waar het begin en waar het eind van zo’n creatie zit. Hoe kom je op ideeën en hoe werk je dat uit? Pietersma: Ik zal vertellen hoe ik ongeveer te werk ga. Als ik hier ’s morgens kom, dan begin ik met een tijdje in de Bijbel te lezen. Zo laat ik me aan het begin van de dag vullen met de werkelijkheid van God en word ik er dagelijks bij bepaald dat ik in zijn dienst sta. Dat is van ongelofelijk veel betekenis voor mijn werk als schilder, maar ook als ik heel andere bezigheden zou hebben gehad, zou dat niet anders zijn. En dan, als ik aan een nieuw werk begin – bijvoorbeeld één van de psalmen - dan is het eerste, dat ik gewoon een tijdje alleen maar wat zit te schetsen. Kleine tekeningetjes, die op zich nog niet zo veel zeggen.
Maar als ik op een gegeven moment het gevoel krijg dat het genoeg is, dan draai ik letterlijk mijn stoel 180% richting de tafel met verf en andere materialen.
En dan ga ik bezig met vormen en kleuren. Dat is een heel vrij gebeuren, waarbij ik ook geen idee heb welke kant het op zal gaan. De schetsen bijvoorbeeld spelen daarbij helemaal geen rol meer’.

Werk vindt psalm

Henk Pietersma voelt zich dan helemaal de ambachtsman, die bezig is met de boeiende wereld van vorm en kleur. Pietersma: ‘Op zo’n moment ben ik niet met de psalmen bezig. Je zou kunnen zeggen: het werk vindt op een goed moment de psalm. Als er al schilderend een woord opkomt, dan kan ik niet goed meer terug, zo werkt dat bij mij. Want zo’n woord helpt me om de psalm te vinden. Dat kost soms een hele tijd zoeken en het is ook wel gebeurd dat ik daarin vastliep. Maar is de match er wel, dan ga ik meer sturen.
Zoals vanuit het woord ‘verlaten’ dat opkwam bij het schilderij, dat uiteindelijk verbonden raakte met Psalm 22.
Op een gegeven moment voelde ik: daar gaat het over. Maar ook dan blijf ik de vakman, bezig met een autonome beeldende uitwerking van datgene wat ik ontdekt heb.’ In dat interactieve proces tussen schildering en psalm, is het voor Pietersma essentieel dat het schilderij zijn eigen zeggingskracht behoudt. ‘Het moet niet zo zijn dat het schilderij tot een soort illustratie wordt van de psalm, met bijvoorbeeld allerlei elementen en symbolen, die verbeeld worden: dit is dit en dat is dat. Nee, de eigen kracht van het schilderij is heel belangrijk.
Zodat het schilderij op een goed moment ook bijna zegt: ik ben af. Dat is een belangrijk moment, maar nog geen eindpunt voor mij. Want dan breekt de fase aan, waarin ik het schilderij nog weer opnieuw moet gaan ontdekken. Dat klinkt waarschijnlijk vreemd, maar toch gebeurt dat dan.
En een hamvraag daarbij is: zegt het schilderij nu wat het moet zeggen? Dat is vaak ook weer heel vakmatig. Iets van: moet het geel misschien toch nog geler’.
Zo heeft Henk Pietersma keer op keer zijn schilderwerk thuis zien komen in één van de psalmen. Dat was steeds weer een uniek proces.

Het gaat wel ergens over

En dan verder? Het werk van de Friese schilder is op allerlei plekken te zien geweest. Bijvoorbeeld in de Sint-Janskerk in Gouda. Dat vond Pietersma wel spannend met al die wereldberoemde glas-in-lood ramen om hem heen. De monumentale kerk leverde meteen al een bijzondere ontmoeting op. Toen Henk Pietersma bezig was met het ophangen van de laatste schilderijen, liep er een jong stel bij zijn werk langs. ‘Is dat werk van u?’, vroegen ze. Nadat ze even gekeken hadden, zeiden ze: ‘Het gaat wel ergens over, hè?’ Pietersma reageerde met: ‘Ja, dat mag je wel zeggen, het zijn allemaal afbeeldingen van de psalmen’. ‘Afbeeldingen van wat?’, was de reactie. Toen ze vervolgens na een paar woorden uitleg met een toelichting in de hand nog een tijdje bij de schilderijen hadden staan kijken, waren ze dermate onder de indruk van beelden en teksten, dat ze terugkwamen en vroegen, hoe ze aan zo’n Bijbel konden komen.
Het zijn de momenten waarop Henk Pietersma het gevoel krijgt dat zijn werk op ongedachte wijze vruchtbaar is voor het Koninkrijk van God.

Leegte

Er zijn tijden geweest, waarin geloof en psalmen voor Pietersma helemaal uit beeld waren. Opgegroeid in een gereformeerd nest, had hij al niet veel met de berijmde psalmen, zoals ze gezongen werden – ‘uit zo’n hele psalm een enkel coupletje’. Maar wat er aan geloof was, verwaaide toen Henk zijn eigen leven ging leiden. Na de ‘Kweekschool’ (Pedagogische Academie), was er nog steeds het verlangen om de artistieke kant op te gaan. Hij koos voor de kunstacademie Minerva in Groningen en zocht vervolgens naar de grenzen in het artistieke.
Zowel in de thematiek, als ook in het beeldende experiment. Later ook een aantal keren in de tijdspanne, door een etmaal achtereen te schilderen en samen te werken met kunstenaars uit de wereld van toneel en muziek. ‘Ik liet me door heel andere dingen vullen dan nu. Boosheid, teleurstelling en het uitzichtloze vulde mijn leven. Wat ik in die tijd schilderde had ook de uitstraling van leegte, aftakeling en zinloosheid. Er kwam echt uit wat er in zat. En ik leefde en werkte in een kunstenaarswereld, waar de invloed van drank en drugs sterk was. Tegelijk was ik onrustig op zoek naar de zin van mijn leven – ik kon geen vrede hebben met het leven als een soort wrede grap. En ook in de opvoeding van mijn kinderen liep ik tegen vragen op. Ik verbood mijn kinderen dingen, die ik anderen zag doen, maar waarom eigenlijk? Daar kwam ik niet uit.’

Diep vertrouwen

Via een contact met een christelijk echtpaar uit de buurt - ‘die het heel ongedwongen over hun leven met Jezus hadden’ – raakte Henk’s vrouw betrokken bij een Bijbelkring en kwam daar tot geloof. Henk had meer tijd nodig, voordat hij op de knieën ging. Maar het gaf zijn leven een Copernicaanse wending. ‘Er is sindsdien veel gebeurd in mijn leven. Ik heb heel veel van God gezien – ook in genezende zin. Dat geeft me een diep vertrouwen, dat Hij het zal maken. God is onverwoestbaar en Hij heeft met ieder een plan.
Daarin vertrouw ik Hem en zo mag ik een instrument zijn in zijn hand.
Daarin hebben de psalmen een steeds grotere plaats gekregen. Het is krachttaal, geloofstaal, die door alles heen dringt en dat al duizenden jaren lang.
God heeft daarin iets te bieden. In dat SPEL mag ik een rolletje spelen.’

Kerk

De ommekeer in zijn leven speelde zich af in de tachtiger jaren en Henk Pietersma is inmiddels jaren lid van een Volle Evangelie gemeente. Toch kun je hem rustig horen zeggen dat hij met de kerk als instituut een haatliefde verhouding heeft. ‘Kijk, ik ben van harte betrokken bij mijn gemeente, ook als oudste. Maar vaak denk je bij de kerk: waar houden we ons in vredesnaam mee bezig? Dan merk je dat instituten een bedreiging kunnen worden voor je geloof. Terwijl je aan de andere kant niet zonder kunt.
Je ziet dat bijvoorbeeld terug in de afbeelding van Psalm 63. Wat een versteende werkelijkheid en ook de drie gestalten maken een fossiele indruk’.
We kijken alle drie nog eens naar de schildering van deze psalm en aan de kant van de interviewers riep het beeld juist de sfeer op van toewijding – bijna monastiek – in een kerk die de eeuwen door een huis van gebed is geweest.
Een heel andere invalshoek dus. Kun je er ook zo naar kijken? De reactie van Henk Pietersma is opvallend open en ontvankelijk: ‘Ja, natuurlijk. Dat vind ik het mooie. Een schilderij blijft, ook als het “af” is, open. De beschouwer maakt het schilderij af. Als beschouwer van een schilderij maak je andere, eigen verbindingen. En heerlijk als blijkt dat mijn werk aan de kijker openheid biedt om zijn eigen werkelijkheid erin te kunnen vinden.’

Pijn

Terug naar het versteende: Pietersma voelt de pijn daarvan tot in zijn botten.
Hij vertelt dat hij soms tekent en schildert in het 12e eeuwse kerkje van Ginnum, in de buurt van Dokkum. ‘Dat kerkje is gebouwd op een terp en bij hoog water was dat eeuwenlang een plek om te schuilen in gebed. Nu is het leeg, zonder stoelen, zonder orgel en het zou kunnen dat er in geen 100 jaar een dienst is geweest.
De balken van dat kerkje komen op allerlei manieren terug in mijn afbeeldingen van de psalmen. Bijvoorbeeld in de afbeelding van Psalm 150. In de woorden, die ik bij deze psalm schreef zit ook de pijn van de leegte van dat kerkje. Toch de plek waar Gods lof zou moeten klinken. Dat hoor je terug bij wat ik schreef naar aanleiding van Psalm 150. Kerken die gesloten worden, zoals hier in Leeuwarden: wel vijf.
Dat doet pijn. Laat daarom in mijn schilderingen maar iets zichtbaar worden van de heerlijkheid van God, die verbonden is aan dat soort plekken’.

Balken

Als je de schilderijen van Henk Pietersma aan je oog voorbij laat trekken zijn er allerlei elementen en motieven die steeds weer terugkeren: balken, zuilen, vlakken, het bootje, de ladder, vensters, poorten, het afgeritst papier, het lood, de krammen en de nagels. Het is meer cultuur dan natuur, zo is een eerste indruk. Veel constructie – zijn vader had wel aannemer kunnen zijn.
Toch is dat niet het geval. Wat wel? Pietersma: ‘Je doet door de jaren heen heel veel indrukken op, soms flarden en dat draag je mee. Bijvoorbeeld de afgescheurde rand van papier. Dat scheurt altijd weer anders en dat fascineert me.
Het heeft voor mij te maken met de eindigheid. We zijn als mens niet veel meer dan zo’n afgescheurd papier. Terwijl ik dat soort indrukken ook niet te veel wil analyseren, want als je het denkt te kunnen verklaren – iets van “zo is het dus” - dan is het geheimenis weg en juist dat laat ik zo graag intact.’ Bij de balken uit Psalm 75 speelde de herinnering aan een molen van vroeger een grote rol. Imposant vond Henk Pietersma die balken. Die herinnering heeft zich al schilderend verbonden met het vierde vers van de psalm (Al beeft de aarde met haar bewoners, ik heb haar op zuilen vastgezet).

Twee werelden

Het werken met veelvormige en veelkleurige vlakken – steeds weer anders – is ook karakteristiek voor de Friese schilder. Vaak in een zekere gelaagdheid, waarin de sfeer wordt opgeroepen van de spanning tussen het broze, gekwetste, sterfelijke en verloederde met aan de andere kant de verlossing, die van gene zijde binnenvalt. De vensters en poorten met hun lichtinval spelen daarbij ook een grote rol. Pietersma: ‘Onze wereld, zoals we die zien en ons denken daarover, is niet eendimensionaal.
Alles heeft meer kanten, ook veel verborgen kanten. Als we naar de betekenis zoeken stuit je ook op die meerduidigheid. Soms is dat een last, als je het gevoel krijgt dat wat vandaag waar is morgen onwaar kan zijn. Soms ook vreugde vanwege de ongekende verscheidenheid, die onze werkelijkheid in zich bergt. In die werkelijkheid zijn wij als mens in staat om verbindingen te leggen tussen – ik noem maar wat – een kerktoren, een kalf en een verroeste fiets.’

Verbindingen

Henk Pietersma herkende in de psalmen ook telkens weer zulke verschillende perspectieven, dialogen soms, waarbij het moeilijk is om uit te maken wie er aan het woord is. Pietersma: ‘Je moet dus ook meerdere beelden gebruiken als je iets van die meervoudige werkelijkheid wilt laten zien. Zo hebben mijn werken iets van een composi tie op basis van ‘beeldrijm’. Met één beeld is het vaak niet te zeggen. Dat is een boeiend proces: het associëren van verschillende ingrediënten. Al schilderend verbind je attributen aan belevenissen, ervaringen, gedachten, herinneringen. Maar ook als beschouwer van het schilderij doe je dat. Je zoekt jouw verhaal in dat schilderij. En als je dat vindt, dan is het goed. Zoals, zo-even bij Psalm 63, waarin jullie toewijding zien en ik eerder denk aan een gefossiliseerd geloof. In bredere zin is dat ook zo wezenlijk voor ons menszijn: verbindingen maken in het onderlinge, ontmoetingen. Maar dan vooral en voor alles: die meest unieke verbinding tussen een mens en God, waardoor een mens zijn ultieme plek vindt.’

Postmodern

Wat opvalt in het artistieke werk van Henk Pietersma is de openheid en verwondering.
Dat geeft niet alleen bijzondere ontmoetingen met mensen, die vastgelopen zijn in hun verdriet, teleurstelling en ongeloof, maar ook openingen richting de postmoderne artistieke wereld, waarin Pietersma zelf lang verkeerde. ‘Dat zit inderdaad diep in me, die openheid, dat opzoeken van de grenzen. Ik geloof ook dat ieder mens een unieke weg heeft te gaan en het persoonlijk moet vinden.
Het beeld van de ladder duidt vaak ook die kant van de werkelijkheid aan. Van dat persoonlijke zoeken, omdat er meer is dan een platte, eendimensionale werkelijkheid. Waarbij het diepste toch is dat je als mens gevonden wordt.
Zo heb ik het zelf ook ervaren. De boot is oeroud symbool van die kant van ons leven: ark, kribbe, redding, die je geschonken wordt’.

Boek, beeld en brug

Er is in het najaar van 2011 een boek verschenen, waarin de afbeeldingen van alle 150 psalmen zijn opgenomen.
Je vindt er de tekst van elke psalm (NBV) integraal afgedrukt en verder een aantal van de schetsjes, die ergens aan de basis lagen van de uiteindelijke schildering van de psalm. Pakkend zijn de stukjes dichterlijke tekst , die Pietersma geschreven heeft naar aanleiding van elk schilderij en die een plekje gevonden hebben tussen de tekst en de verbeelding van de psalm.
Zo’n bruggetje is als laatste geschreven.
Al schrijvend lijkt Pietersma ook het meest bewust reflecterend in de weer met de psalm. Zo bijvoorbeeld Psalm 53 met de confronterende draai: je hoeft geen atheïst te zijn…
Deze boeiende drieslag van Bijbeltekst, beeld en bruggetje maken het boek ook heel geschikt voor een dagelijkse gang door de psalmen.

Thuiskomen

Een derde deel van de 150 afbeeldingen heeft inmiddels ergens een plek gekregen in een huis of een kerk. Altijd een lastig moment voor een kunstenaar.
Afscheid is een beetje sterven, zeggen de Fransen. Toch gaven sommige van die afscheidsmomenten kostbare gesprekken. Met een weduwe, die het schilderij met haar lievelingspsalm zo graag wilde kopen en aanvankelijk aarzelde of Pietersma’s creatie het wel helemaal was.
Maar vanuit de lezing van de psalm en de verwoording van de Friese schilder kreeg ze de klik en zo vond Psalm 108 zijn plek. ‘Vanaf nu zal mijn leven anders zijn dan voorheen’ zei ze. En aan de 132e psalm zit de herinnering vast aan ouders die even daarvoor hun kind door de dood verloren.
Zulke ontmoetingen rond slechts één van de 150 psalmen maken het atelier tot een ontroerend mooie plek en maken afscheid van een schilderij tot iets van een hoogtepunt.
‘Een schilderij heeft allerlei momenten waarop je kunt zeggen dat het in zekere zin “af ” is. Maar als het dan zo op zijn plek valt, dan heb ik echt het gevoel dat mijn werkstuk is thuisgekomen. Eindelijk thuis, zo kun je dat wel zeggen’.

Interview naar aanleiding van: Henk Pietersma (2011), De goedheid op mijn tong gelegd. Jongbloed, Heerenveen. 368p. € 35,-. Zie verder: http://www.henkpietersma.nl/

Herman Takken is medewerker bij Evangelie & Moslims, schildert in zijn vrije tijd met acryl en waterverf en is lid van de CGK Amersfoort. Freddy Gerkema is predikant van de NGK Amersfoort-Noord en lid van de redactie van Opbouw.